Fertiliteitsonderzoek vrouw
Wat is oriënterend fertiliteitsonderzoek?
Oriënterend fertiliteitsonderzoek (afgekort OFO) is een basisonderzoek om te kijken waarom een zwangerschap uitblijft. Tijdens het OFO onderzoeken we stap voor stap mogelijke oorzaken. We kijken naar de vruchtbaarheid van zowel de vrouw als de man (indien aanwezig).
Het OFO bestaat uit de volgende stappen:
- intake vragenlijst
- anamnese (intake gesprek)
- lichamelijk onderzoek
- bloedonderzoek (op indicatie)
- zaadonderzoek
- bespreken resultaten en behandelplan
Op indicatie kan aanvullend onderzoek worden gedaan, zoals:
- cyclusmonitoring
- FOAM echo
- hysterosalpingogram
- diagnostische laparoscopie
- diagnostische hysteroscopie
Na het onderzoek maken we een inschatting van de kans op een natuurlijke zwangerschap. Ook kijken we of er een behandeling nodig is.
Voor het maken van een afspraak hebben we een verwijsbrief nodig van je huisarts of medisch specialist.
Wanneer wij de verwijzing hebben ontvangen, sturen we je binnen 7-10 dagen een brief met het verzoek tot aanleveren van gegevens, zodat we je toegang kunnen geven tot ons patiëntenportaal. Hier zetten wij een vragenlijst klaar. De arts gebruikt deze vragenlijst om zich goed voor te bereiden op het eerste gesprek.
Zodra de vragenlijst is ingevuld, ontvang je van ons een uitnodiging voor het intakegesprek.
Voor een intakegesprek kun je doorgaans binnen 4-6 weken terecht.


De arts bespreekt met jou en (indien van toepassing) je partner jullie gezondheid en medische voorgeschiedenis. Er wordt gevraagd naar:
- hoe lang er al een kinderwens is
- algemene gezondheid en leefstijl
- lengte en gewicht
- medicijngebruik
- erfelijke aandoeningen in de familie
- psychische en emotionele gezondheid
- jullie seksleven (indien van toepassing)
Voor vrouwen wordt extra gevraagd naar:
- de menstruatiecyclus
- gynaecologische problemen
- seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s)
- eventuele eerdere zwangerschappen of bevallingen
- eventuele buikoperaties
- eventuele pijn of problemen bij het vrijen
Zo krijgt de arts een goed beeld van mogelijke oorzaken van het uitblijven van een zwangerschap.
De arts doet een lichamelijk onderzoek. Dit kan bestaan uit:
- het meten van de bloeddruk
- inwendige echoscopie
- speculumonderzoek
- inwendig onderzoek (vaginaal toucher)
Inwendige echoscopie
Tijdens het vruchtbaarheidsonderzoek krijg je een vaginale echo. Met dit onderzoek bekijkt de arts de baarmoeder, het baarmoederslijmvlies en de eierstokken.
De arts brengt een dunne echokop voorzichtig in de vagina. Dit onderzoek doet geen pijn en duurt maar een paar minuten. Het is prettig als je blaas leeg is. Je mag zelf meekijken op het scherm terwijl de arts uitleg geeft.
Met de echo kan de arts zien:
- de vorm en grootte van de baarmoeder
- de dikte van het baarmoederslijmvlies
- de eierstokken en het aantal eiblaasjes (follikels)
- eventuele afwijkingen, zoals een cyste, vleesboom (myoom) of poliep
Het maakt voor dit onderzoek niet uit op welke dag van je cyclus je bent. Ook tijdens je menstruatie kan de echo doorgaan.
Speculumonderzoek
Een speculum (eendenbek) is een hulpmiddel om de vagina en de baarmoedermond te bekijken. Je neemt plaats op de gynaecologische stoel. De arts brengt het speculum voorzichtig in de vagina. Dit onderzoek is meestal niet pijnlijk. Het is prettig als je blaas leeg is. Het onderzoek kan ook tijdens je menstruatie worden gedaan.
Inwendig onderzoek (vaginaal toucher)
Bij dit onderzoek brengt de arts twee vingers in de vagina. Met de andere hand wordt op de buik gevoeld. Zo kan de arts de ligging en grootte van de baarmoeder en eierstokken beoordelen. Dit onderzoek is meestal niet pijnlijk.
Houd er rekening mee dat bij de inwendige echo, het speculumonderzoek en het inwendig onderzoek je onderlichaam ontbloot is.


Afhankelijk van je cyclus, medische voorgeschiedenis en eventuele eerdere onderzoeken, kan de arts bloedonderzoek laten doen.
Voorbeelden van hormonen die we kunnen onderzoeken:
- FSH (Follikel Stimulerend Hormoon) en LH (Luteïniserend Hormoon)
- oestrogeen
- progesteron
- AMH (Anti-Mülleriaans Hormoon)
- eventueel TSH (schildklierhormoon), prolactine (melkklierhormoon) en testosteron
Daarnaast kan de arts onderzoeken of er afweerstoffen tegen Chlamydia aanwezig zijn. Dit kan wijzen op een eerdere infectie, die soms de eileiders beschadigt of verklevingen in de buik kan veroorzaken.
Het bloedonderzoek helpt de arts om de oorzaak van vruchtbaarheidsproblemen beter te begrijpen en een passend behandelplan op te stellen.
Handige informatie over bloedonderzoek
- het bloedonderzoek vindt plaats via Unilabs;
- afspraak maken: je moet zelf een afspraak boeken via https://unilabs.nl/afspraak-maken;
- een digitale aanvraag wordt gedaan vanuit FKT, maar dit kan alleen als je geregistreerd bent bij Unilabs;
- legitimatie: neem altijd een geldig identiteitsbewijs mee;
- uitslag: de arts vertelt wanneer en hoe je de bloeduitslag ontvangt;
- spoedbepaling: als de uitslag binnen 2 uur nodig is, kan dit alleen in ZGT-Almelo.
Hiervoor verwijzen we naar de pagina’s fertiliteitsonderzoek man en instructie voor zaadonderzoek.
Gesprek
Tijdens het gesprek worden de uitslagen van de onderzoeken met je besproken. De arts bepaalt op basis van de uitslagen of behandeling mogelijk of nodig is. Dit kan variëren van spontane kansen afwachten tot fertiliteitsbehandelingen zoals IUI, IVF of hormoonbehandeling. De arts zal toelichting geven over mogelijke behandelmethoden.
Als er geen duidelijke oorzaak wordt gevonden, wordt de kans op een spontane zwangerschap berekend met de Hunault-score. Met deze score berekenen we de kans op een spontane zwangerschap (zonder behandeling) binnen een jaar. Als de kans op een spontane zwangerschap goed is, kan het advies zijn de spontane kansen eerst af te wachten. Voor meer informatie zie Spontane zwangerschapskans – Freya
Aanvullende onderzoeken
Soms zijn extra onderzoeken nodig. Deze worden in de kopjes hieronder beschreven. Het kan voorkomen dat je verwezen wordt naar een andere specialist voordat een fertiliteitsbehandeling kan starten.
Belangrijke informatie
Het fertiliteitsonderzoek kan langer duren dan verwacht, omdat elke stap tijd kost.
Heb je vragen, bespreek deze met de gynaecoloog of fertiliteitsarts.
Als de onderzoeken te belastend zijn, kan de arts ze stapsgewijs in jouw tempo uitvoeren.


Een menstruatiecyclus loopt van de eerste dag van je menstruatie tot de eerste dag van de volgende menstruatie. Een ‘normale’ menstruatiecyclus duurt tussen de 21 en 35 dagen, waarbij de lengte per maand maximaal 5 dagen varieert. Gemiddeld duurt een cyclus 28 dagen. De eisprong is in dat geval meestal rond dag 14 en ongeveer 14 dagen later begint de volgende menstruatie.
Cyclusmonitoring betekent dat we je menstruatiecyclus volgen met vaginale echo’s. Dit wordt gedaan bij een onregelmatige cyclus of als onderdeel van een behandeling. Tijdens de monitoring bekijken we of een eiblaasje (follikel) groeit en of er een eisprong plaatsvindt. Meestal zijn meerdere echo’s nodig in één cyclus. Als er na drie weken geen groei te zien is, stoppen we de monitoring. De uitslagen helpen de arts te bepalen welke behandeling het beste bij je past.
Met de echo volgen we:
- of er echt een eisprong heeft plaatsgevonden
- hoe je cyclus verloopt
- wanneer de eisprong is
Er zijn verschillende soorten eileider onderzoeken: de FOAM echo, het HSG of een laparoscopie.
De FOAM echo is de eerste keuze en wordt uitgevoerd binnen Fertiliteitskliniek Twente. Voordelen van een FOAM echo: het is een snelle en veilige methode om de eileiders te beoordelen. Er is geen röntgenstraling nodig. En het is minder pijnlijk dan een HSG.
Wat onderzoeken we?
Met de FOAM-echo kijkt de arts of de eileiders open zijn. Er wordt een klein beetje schuim in de baarmoeder gebracht. Met een vaginale echo ziet de arts of het schuim door de eileiders stroomt.
Wat is het beste moment?
- De FOAM-echo vindt plaats in de eerste helft van de cyclus (na de menstruatie en vóór de eisprong).
- De menstruatie moet gestopt zijn op de dag van de FOAM-echo.
- We adviseren je geen seksueel contact te hebben (indien van toepassing) tussen de menstruatie en de FOAM echo.
Stappen van het onderzoek
Voorbereiding
- Je hoeft niet nuchter te zijn voor het onderzoek.
- Je kunt van tevoren een pijnstiller innemen. We adviseren 2x 500mg Paracetamol en 1x 400 mg Ibuprofen.
- Het is prettig om een lege blaas te hebben.
Onderzoek
- Je ligt op de gynaecologische stoel.
- De arts brengt een speculum in de vagina en schuift een dun slangetje (katheter) in de baarmoederhals.
- Het speculum wordt verwijderd en een vaginale echo wordt ingebracht.
- Het schuim wordt langzaam ingespoten en via de echo gevolgd.
- Het onderzoek duurt enkele minuten.
Bespreking
- De arts bespreekt de bevindingen direct met je na afloop van het onderzoek.
Na het onderzoek


Wat onderzoeken we?
HSG betekent letterlijk: baarmoeder en eileiders zichtbaar maken met een röntgenfoto. Dit onderzoek wordt ook wel een baarmoederfoto genoemd. Het is een onderzoek om te kijken of de eileiders en baarmoeder open zijn. Er wordt contrastvloeistof via de baarmoedermond in de baarmoederholte ingebracht. De arts bespreekt samen met jou of dit onderzoek voor jou geschikt is.
Voor een HSG word je verwezen naar MST Enschede door je hoofdbehandelaar.
Wat is het beste moment?
- Het HSG vindt plaats in de eerste helft van de cyclus (na de menstruatie en vóór de eisprong).
- De menstruatie moet gestopt zijn op de dag van het HSG.
- We adviseren je geen seksueel contact te hebben (indien van toepassing) tussen de menstruatie en het HSG.
Stappen van het onderzoek
Voorbereiding
- Je hoeft niet nuchter te zijn voor het onderzoek.
- Je kunt van tevoren een pijnstiller innemen. We adviseren 2x 500mg Paracetamol en 4x 12,5mg Diclofenac.
- Het is prettig om een lege blaas te hebben.
Onderzoek
- Je ligt op een speciale röntgenonderzoekstafel.
- De arts brengt een speculum in de vagina en plaatst meestal een klem op de baarmoedermond. De arts schuift een dun slangetje (katheter) in de baarmoederhals. Er wordt een ballonnetje opgeblazen die ervoor zorgt dat de vloeistof niet via de baarmoedermond naar buiten loopt.
- Het speculum wordt verwijderd.
- De contrastvloeistof wordt ingespoten en er worden röntgenopnamen gemaakt.
- Het onderzoek duurt enkele minuten.
Bespreking
- De arts bespreekt de bevindingen bij de controle afspraak in FKT.
Na het onderzoek
- De behandeling kan in dezelfde cyclus gewoon doorgaan.
- Je kunt direct naar huis.
- Je kunt na het onderzoek gewoon naar het toilet gaan en je dagelijkse bezigheden uitvoeren.
- Tijdens en na het inspuiten van de vloeistof kun je een krampen voelen onder in de buik, zoals bij de menstruatie. Om die reden adviseren wij je om een begeleider mee te nemen naar het onderzoek die je na het onderzoek naar huis kan brengen.
Wat onderzoeken we?
Een laparoscopie is een kijkoperatie om te onderzoeken of de eileiders doorgankelijk zijn. Het is een operatie onder algehele verdoving. Met blauwe kleurstof kijkt de arts of beide eileiders open zijn. Tijdens de operatie kan de arts ook zien of er verklevingen of endometriose aanwezig zijn.
Deze operatie wordt niet bij FKT uitgevoerd. Je wordt verwezen naar ZGT of MST door je hoofdbehandelaar. Je zult daar eerst opgeroepen worden voor een intake gesprek.
Wat is het beste moment?
- Een diagnostische laparoscopie vindt bij voorkeur plaats in de eerste helft van de cyclus (na de menstruatie en vóór de eisprong).
- We adviseren je geen seksueel contact te hebben (indien van toepassing) tussen de menstruatie en de laparoscopie.
Stappen van het onderzoek
Voorbereiding
- Je moet nuchter zijn voor het onderzoek. Het onderzoek vindt plaats onder algehele narcose.
- Verdere adviezen krijg je tevoren via het ZGT of MST.
- Voor de laparoscopie wordt een infuus geplaatst.
Onderzoek
- Zodra je onder narcose bent, wordt eenmalig de blaas leeggemaakt met een slangetje (katheter).
- De arts brengt een speculum in de vagina en schuift een dun slangetje (katheter) in de baarmoederhals. Er wordt een ballonnetje opgeblazen die ervoor zorgt dat de vloeistof niet via de baarmoedermond naar buiten loopt.
- De arts maakt een klein sneetje (ongeveer 1 cm) bij de navel en brengt via een naaldje koolzuurgas (CO2) in de buik. Dit creëert werkruimte en zorgt voor goed zicht.
- Door de snee in de navel wordt de laparoscoop (een dunne buis met een camera en licht) ingebracht. Vaak maakt de arts nog één of twee kleine sneetjes in de onderbuik om werkinstrumenten in te brengen.
- De gynaecoloog beoordeelt de buitenkant van de baarmoeder, eileiders, eierstokken en de rest van de buikholte.
- Er wordt een blauwe, onschadelijke kleurstof (methyleenblauw) door de baarmoeder gespoten.
- Via de camera kijkt de gynaecoloog of de kleurstof door de uiteinden van de eileiders naar buiten stroomt. Als dit gebeurt, zijn de eileiders open (doorgankelijk).
- De sneetjes worden gehecht met oplosbare hechtingen en afgeplakt met pleisters. De hele ingreep duurt meestal zo’n 30 minuten.
Bespreking
- De arts bespreekt de bevindingen bij de controle afspraak in FKT.
Na het onderzoek
- Meestal kun je dezelfde dag naar huis.
- Je mag niet zelf naar huis rijden, want de ingreep gebeurt onder volledige narcose en dit kan de rijvaardigheid beïnvloeden.
- Na de ingreep kun je last hebben van wondpijn en schouderpijn. Schouderpijn wordt veroorzaakt door het achtergebleven gas in de buik, dat tegen het middenrif drukt. Dit verdwijnt meestal binnen enkele dagen.
- De behandeling kan verder gaan als je goed herstelt bent van de laparoscopie.

Wat onderzoeken we?
Bij een hysteroscopie kijkt de arts met een kijkbuis (hysteroscoop) via de vagina naar de binnenkant van de baarmoeder. Het doel van de hysteroscopie is afwijkingen in de baarmoeder opsporen.
Wat is het beste moment?
- De hysteroscopie vindt bij voorkeur plaats als je niet ongesteld bent. Als abnormaal bloedverlies de reden voor het onderzoek is, kan bloedverlies vaak niet worden vermeden, maar dit is meestal geen probleem.
- Gebruik van de pil: het onderzoek kan op alle dagen dat je een pil inneemt.
- Geen pilgebruik: het onderzoek gebeurt het beste in de eerste helft van de cyclus, vóór de eisprong.
- We adviseren je geen seksueel contact te hebben (indien van toepassing) tussen de menstruatie en de hysteroscopie.
Stappen van het onderzoek
Voorbereiding
- Je hoeft niet nuchter te zijn voor het onderzoek.
- Je kunt van tevoren een pijnstiller innemen. We adviseren 2x 500mg Paracetamol. Daarnaast schrijven we een recept voor Diclofenac voor.
- Het is prettig om een lege blaas te hebben.
Onderzoek
- Je neemt plaats op een onderzoeksbank met je benen in steunen.
- De arts brengt de hysteroscoop via de vagina en baarmoedermond in de baarmoeder. Soms wordt hiervoor een speculum en een klem op de baarmoedermond gebruikt.
- Via de hysteroscoop wordt vloeistof (zoutwater) ingebracht, zodat de wanden goed zichtbaar zijn.
- De arts bekijkt de baarmoederholte op afwijkingen zoals poliepen, vleesbomen of verklevingen.
- Het onderzoek duurt 15 minuten.
- De vloeistof loopt daarna weer uit de baarmoeder.
Bespreking
- De arts bespreekt de bevindingen direct met je na afloop van het onderzoek.
- Mocht er tijdens het onderzoek een afwijking worden vastgesteld, dan kan het zijn dat je verwezen wordt voor behandeling naar het ZGT of MST.
Na het onderzoek
- De behandeling kan in dezelfde cyclus gewoon doorgaan.
- Je kunt direct naar huis.
- Je kunt na het onderzoek gewoon naar het toilet gaan en je dagelijkse bezigheden uitvoeren.
- Soms voel je lichte krampen of heb je een beetje bloederige afscheiding (spotting); dit gaat snel over.
- Sommige vrouwen voelen zich na de ingreep niet helemaal goed. Het is daarom beste om op de dag van het onderzoek geen zware of belastende werkzaamheden te doen. De dag erna kun je meestal je gewone bezigheden weer hervatten.



