Fertiliteitskliniek Twente

Bijwerkingen en complicaties

Natuurlijk doen we ons uiterste best om uw behandeling goed te laten verlopen. Toch is het nodig dat u rekening houdt met bepaalde risico’s van vruchtbaarheidsbehandelingen. Het is mogelijk dat u te maken krijgt met gevolgen op lange en korte termijn voor uzelf en voor uw kind.

Gevolgen voor de vrouw op korte termijn
Tijdens de behandeling kunt u direct met mogelijke gevolgen van uw IVF- of ICSI-behandeling te maken krijgen. De kans op een van deze complicaties is niet heel groot, maar wel aanwezig.

Geen reactie op stimulatie met hormonen (low response)
Het kan voorkomen dat het lichaam van de vrouw niet of onvoldoende reageert op de stimulatie met hormonen. In bepaalde gevallen kan de dosering worden verhoogd, maar dat leidt helaas niet altijd tot het gewenste resultaat.
Low response komt vaker voor bij vrouwen boven de 38 jaar en bij vrouwen met een verminderde eicelvoorraad. In geval van een verminderde voorraad kan eiceldonatie een mogelijkheid zijn.

Overstimulatie (OHSS=ovarëel hyper stimulatie syndroom)
In ongeveer 2 procent van de IVF/ICSI-behandelingen treedt er na de punctie overstimulatie op.
De kans hierop is groter bij jonge vrouwen en vrouwen bij wie de rijping van de eiblaasjes verstoord is (PCO-syndroom).
Overstimulatie houdt in dat als gevolg van de hormoonstimulatie onverwacht veel te veel eiblaasjes zijn gegroeid, waardoor de eierstokken heel veel van het hormoon oestradiol zijn gaan produceren. Daardoor kunt u hevige buikpijn of een opgeblazen gevoel krijgen, kortademig zijn, misselijk zijn en/of overgeven.
Overstimulatie is niet altijd te voorkomen, maar de risico’s zijn wel te verminderen met rust en veel drinken. OHSS gaat meestal na deze maatregelen vanzelf over. In ernstige gevallen blijft u extra onder controle door middel van echo’s en bloedonderzoek. Soms is een opname in het ziekenhuis met een vochtinfuus noodzakelijk. Bij een zwangerschap verloopt de overstimulatie heftiger en kan het langer blijven bestaan.

Als er tijdens de behandeling te veel eiblaasjes groeien en/of als uw hormoonspiegel van oestradiol te hoog is, raadt de gynaecoloog u af om zwanger te raken. De behandeling zal dan gestaakt worden. U krijgt dan het advies om niet of beschermd te vrijen.

Om de cyclus op een juiste wijze af te bouwen, krijgt u medicatie voorgeschreven. De klachten verdwijnen dan vanzelf. Bij een volgende behandeling zal de dosering van hormonen verlaagd worden.

Let op!
Neem bij buikpijn, koorts boven 38 graden Celsius, snelle toename van de buikomvang of snelle gewichtstoename direct contact op met de fertiliteitskliniek.

Infectie na een IVF/ICSI-punctie
Ondanks het schoonmaken van de vagina komen bij de punctie altijd bacteriën in of bij de eierstokken terecht. Meestal is de natuurlijke afweer van de vrouw voldoende en ruimt het lichaam deze bacteriën zelf op. In een klein aantal gevallen gebeurt dat niet en kan de vrouw klachten krijgen zoals toenemende buikpijn en/of abnormale afscheiding, koorts (38 graden en hoger) en een algemeen ziektegevoel. Het is belangrijk om bij bovenstaande klachten contact op te nemen met de fertiliteitskliniek.
Als na echocontrole en bloedonderzoek blijkt dat u inderdaad een infectie heeft, kan het nodig zijn u een antibioticum voor te schrijven. Sommige vrouwen hebben door een bepaalde aandoening een verhoogd risico op een infectie. Ook kan het nodig zijn dat u voorafgaand aan de punctie antibiotica krijgt als u ooit endometriose en/of een eileiderontsteking heeft gehad.

Nabloeding na een IVF/ICSI-punctie
Licht bloedverlies na een follikelpunctie is normaal. Het kan voorkomen dat een van de prikgaatjes in de vagina na de punctie blijft bloeden. Dit is meestal te stelpen met een soort tampon en soms met een hechting. De kans op een inwendige bloeding is zeer klein. Neem contact op met ons bij aanhoudende buikpijn of vaginaal bloedverlies.

Infectie bij het kweken van embryo’s
Ondanks strikte hygiënische maatregelen op het embryologisch laboratorium kan er toch een infectie optreden, waardoor de embryo’s onbruikbaar zijn voor een eventuele plaatsing.

Eicelbeschadiging bij ICSI
Bij IVF kan er geen invloed op de bevruchting zelf uitgeoefend worden. Bij ICSI wordt de zaadcel echter met een dunne pipet direct in de eicel gebracht. Meestal blijken niet alle eicellen geschikt voor de ICSI-procedure. Ondanks een technisch juiste uitvoering van de ICSI treden bij ongeveer 10 procent van de eicellen beschadigingen op, waardoor een verdere ontwikkeling niet goed verloopt. Deze embryo’s zijn niet meer te plaatsen.

Allergische reactie op de gebruikte medicijnen
Bij alle gebruikte injecties zijn gevallen bekend van lichte huidreacties (roodheid, gevoeligheid, zwelling of jeuk) door de medicatie. Het is belangrijk dit bij uw arts te melden. Soms kan het overstappen op een ander, gelijkwerkend middel uw klachten wegnemen. Ernstige allergische reacties komen zelden voor.
Als u weet dat u overgevoelig bent voor bepaalde antibiotica of pijnstillers, is het belangrijk dit vóór de start van de behandeling door te geven aan uw arts. Zo nodig kan hij een alternatief voorschrijven.

Gevolgen voor de zwangerschap
Als een lang verwachte zwangerschap tot stand is gekomen, kan er helaas toch nog iets misgaan, bijvoorbeeld doordat u een miskraam krijgt of een buitenbaarmoederlijke zwangerschap heeft. Een meerlingzwangerschap zien wij ook als een risico van IVF/ICSI.

Miskraam (missed abortion of spontane abortus)
Bij een IVF- en ICSI-zwangerschap is de kans op een miskraam iets verhoogd, ongeveer 20 tot 25 procent. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de hogere leeftijd van de vrouwen die IVF of ICSI ondergaan. Hoe ouder de vrouw is, hoe groter immers de kans op miskramen. Ook heeft het hogere percentage te maken met het feit dat er meestal snel een zwangerschapstest gedaan wordt. Bij een spontane zwangerschap wordt een miskraam niet altijd gesignaleerd omdat de vrouw niet meteen een test doet.

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap (EUG)
Hoewel de embryo’s heel zorgvuldig in de baarmoeder worden geplaatst, kan het toch voorkomen dat een embryo buiten de baarmoeder terechtkomt en zich daar innestelt en verder ontwikkelt. Meestal bevindt een buitenbaarmoederlijke zwangerschap zich in de eileider, maar dit kan ook op andere plaatsen. Dit is een gevaarlijke situatie omdat het embryo geen ruimte heeft om te groeien en de eileider kan barsten. Dit kan acuut veel bloedverlies geven.

Meerlingzwangerschap
Een twee- of drielingzwangerschap zien wij als een risico vanwege de grote problemen die bij deze zwangerschappen kunnen ontstaan, zoals vroeggeboorte (met een grotere kans op infecties en blijvend hersenletsel) en groeiachterstand van de kinderen. Ook bij de moeder is er een grotere kans op complicaties.
Bij het plaatsen van twee embryo’s is de kans op een tweelingzwangerschap afhankelijk van uw leeftijd en bedraagt deze ongeveer 20 tot 25 procent. De kans op een drieling is 1 procent.

Gevolgen voor kinderen geboren na IVF-behandeling
Bij kinderen die na een IVF/ICSI-behandeling geboren worden, zijn geen aandoeningen aan te tonen die rechtstreeks het gevolg zijn van de behandeling. Prenatale diagnostiek (onderzoek vóór de geboorte) wordt dan ook niet standaard geadviseerd. Dat wordt alleen geadviseerd als daarvoor aanleiding is, bijvoorbeeld als op een zwangerschapsecho afwijkingen ontdekt worden.

Geen grotere kans op aangeboren afwijkingen
Uit grote onderzoeken is gebleken dat kinderen die zijn geboren uit IVF/ICSI-zwangerschappen, een even grote kans hebben op een aangeboren afwijking als kinderen geboren uit natuurlijk ontstane zwangerschappen.
IVF/ICSI-kinderen hebben wel een iets grotere kans op een voortijdige geboorte (gemiddeld vijf dagen), op groeiachterstand en op een iets lager geboortegewicht (90 gram lichter). Of deze verschillen op de lange termijn gevolgen hebben, is niet bekend. Er is niet bekend of deze kleine verschillen te maken hebben met de gemiddeld iets oudere leeftijd waarop de IVF/ICSI-moeder zwanger wordt. Dit zou een logische verklaring kunnen zijn.

Afwijkingen in het erfelijk materiaal
Bij ICSI zien we geen grotere aantallen kinderen met aangeboren afwijkingen dan bij natuurlijk ontstane zwangerschappen. Wel blijken twee zeer zeldzaam voorkomende syndromen vaker voor te komen. Dit gebeurt met name bij een vorm van ICSI met zaadcellen die via een chirurgische ingreep rechtstreeks uit de bijbal of zaadbal zijn.

•Bij meisjes is dit het syndroom van Turner. Hierbij is er sprake van onvruchtbare vrouwen, die klein van stuk zijn en vaak een hartafwijking hebben.
•Bij jongens gaat het om het syndroom van Klinefelter. Hierbij is er sprake van onvruchtbare mannen die meestal juist lang zijn. Bij jongetjes geboren die geboren zijn na een ICSI-behandeling met chirurgisch verkregen zaadcellen, zien we ook een geringe toename van hypospadie. Dit is een aangeboren afwijking van de penis, waarbij de plasbuis niet op de top van de eikel eindigt, maar lager aan de onderzijde.

•Daarnaast is het denkbaar dat de jongetjes van vaders met een erfelijke oorzaak voor hun verminderde spermakwaliteit zelf ook verminderd vruchtbaar zijn. Dit heeft alleen niets met de gebruikte techniek te maken, maar alles met de ‘gewone’ erfelijkheid.

Effecten op lange termijn
IVF en ICSI zijn relatief jonge behandelmethoden. Over de gevolgen op langere termijn bestaat nog geen volledige duidelijkheid.

Kanker bij de moeder door de gebruikte hormonen
Bij veel vruchtbaarheidsbehandelingen krijgt u hormonen voor eierstokstimulatie. Uit wetenschappelijke studies die tot nu toe zijn gedaan na IVF en ICSI, blijkt geen verhoogde kans op borst-, baarmoeder- of eierstokkanker, maar de gevolgen op langere termijn zijn (nog) niet volledig bekend.

Onbekende gevolgen voor het kind
Hoewel de IVF-behandeling sinds de jaren tachtig routinematig wordt toegepast, zijn er mogelijk gevolgen op de lange termijn die nu nog niet bekend zijn. Het oudste IVF-kind is geboren in 1978. Het oudste ICSI-kind is van begin jaren negentig. Of er op langere termijn ontwikkelingsstoornissen kunnen optreden, valt daarom nog niet met zekerheid te zeggen. Om deze reden gaan we voor uw IVF/ICSI-procedure een behandelovereenkomst aan, waarin onder meer is vastgelegd dat alle medewerkers van Isala Fertiliteitscentrum niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de fysieke en/of mentale eigenschappen van door IVF en ICSI verwekte kinderen.

Actueel