Fertiliteitskliniek Twente

Algemene informatie

Wie komt in aanmerking voor IVF?

U kunt in aanmerking komen voor IVF als er bij u en/of uw partner sprake is van:
–              afgesloten eileiders of verwijderde eileiders
–              uitblijvende zwangerschap gedurende langere tijd zonder dat er een oorzaak is gevonden; deze tijd is afhankelijk van uw leeftijd en andere factoren
–              uitblijvende zwangerschap na andere behandelingen voor verminderde vruchtbaarheid, bv intra-uteriene inseminatie of vruchtbaarheidsbevorderende operatie
–              uitblijvende zwangerschap na minimaal twaalf donorinseminaties
–              ernstige endometriose
–              verminderde spermakwaliteit
–              hormonale stoornissen
–              verminderde werking van de eierstokken
–              eiceldonatie, bv als uw eierstokken geen (goede) eicellen aanmaken

IVF in combinatie met bijzondere behandelingen vinden niet in onze kliniek plaats. De arts kan u daar informatie over geven.

Wie komt in aanmerking voor ICSI?
U kunt in aanmerking komen voor ICSI als er bij u en/of uw partner sprake is van:
-een zeer laag aantal zaadcellen, dat wil zeggen: minder dan 1 miljoen bewegende zaadcellen in het totale opgewerkte spermamonster. (Dit sperma is niet geschikt voor IVF)
-het uitblijven van de bevruchting van alle eicellen bij een IVF-behandeling
-een bevruchting van minder dan 20 procent van de eicellen bij een IVF-behandeling

Wanneer kom je niet in aanmerking voor IVF/ICSI?
In bepaalde gevallen zijn er belemmeringen tegen het starten van een IVF- of ICSI-behandeling.

ernstige aandoeningen en ziekten; bepaalde aandoeningen en ziekten kunnen een bezwaar zijn voor het ondergaan van een IVF- of ICSI-behandeling. Hierbij moet u denken aan ernstige diabetes (suikerziekte) en/of overgewicht bij de vrouw (BMI > 35), bepaalde stollingsstoornissen en hartafwijkingen of het onder behandeling zijn voor een kwaadaardige ziekte. Zowel de behandeling op zichzelf als een eventuele zwangerschap kunnen voor deze vrouwen een te groot medisch risico betekenen. Het kan dan onverantwoord zijn om aan een IVF- of ICSI-behandeling te beginnen. Als door een ernstige kwaadaardige ziekte de levensverwachting bij de vrouw of haar partner ernstig verkort is, zijn er bepaalde voorwaarden waaraan de vrouw en haar partner moeten voldoen. Een behandeling is niet bij voorbaat uitgesloten.

psychische aandoeningen en/of psychosociale omstandigheden en verslavingen kunnen leiden tot een negatief advies van het IVF-team.

bepaalde infectieziekten; patiënten die besmet zijn met het hiv-virus (aids), kunnen niet in ons centrum (evenals in het Isala fertiliteitscentrum) behandeld worden in verband met het risico op besmetting van partner, kind en/of andere patiënten. Zij kunnen dan worden doorverwezen naar het AMC in Amsterdam. Deze kliniek beschikt over de mogelijkheid het sperma te verdunnen, zodat de kans op besmetting met het virus zeer klein is.

Hepatitis B-positieve patiënten kunnen in ons centrum alleen een IVF-behandeling ondergaan. Volgens de Nederlandse richtlijnen doen we bij hen geen ICSI-behandeling, omdat de kans groot is dat met de ICSI-techniek het virus in de eicel wordt gebracht. Het is onbekend hoe groot de risico’s en effecten van het virus zijn op de foetus.

leeftijdgrens; in de meeste klinieken bestaat er voor IVF/ICSI behandelingen een bovengrens van 41 jaar (voor vrouwen). Boven deze leeftijd worden er in principe geen IVF/ICSI behandelingen meer uitgevoerd. Ook in onze kliniek en het Isala Fertiliteitscentrum hanteren we deze grens. Hiermee volgen wij de landelijke richtlijn. De reden voor deze leeftijd is dat uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de kans op een levend geboren kind na 41 jaar sterk daalt terwijl de risico’s bij een eventuele zwangerschap en bevalling toenemen. Bij vrouwen tussen de 41 en 43 jaar wordt alleen nog IVF of ICSI gedaan als de hormonale bloedwaarden en het aantal in aanleg aanwezige eiblaasjes voldoende is. Indien er in dat geval minder dan 4 eicellen worden gevonden wordt er geen volgende cyclus meer verricht.
Plaatsing van ingevroren embryo’s is mogelijk voor vrouwen tot en met 45 jaar.

Aanvullende onderzoeken
Tijdens de voorlichting krijgt u, afhankelijk van uw behandeling, aanvraagformulieren voor een bloedscreening van u en uw partner. Er wordt gescreend op hepatitis B, hepatitis C en HIV, en is verplicht bij een ICSI behandeling.
Als deze uitslagen goed (=negatief) zijn blijven die 2 jaar geldig. Bent u na die 2 jaar nog in behandeling dan is het belangrijk om deze screening op tijd te herhalen. Een behandeling starten waarbij de screening is verlopen, kan worden afgebroken!
In sommige gevallen is het nodig om bij de man een chromosomen- en DNA-onderzoek te doen. Als dit bij u het geval is, bespreekt uw behandelende arts dit met u.

Kans op zwangerschap
Of u met IVF/ICSI zwanger wordt, hangt grotendeels af van uw leeftijd, de duur van het uitblijven van een zwangerschap, de vraag of u eerdere zwangerschappen heeft gehad, de hoeveelste behandeling het is en natuurlijk de diagnose die u van uw arts heeft gekregen.

Na drie IVF/ICSI-behandelingen is de kans op de geboorte van een kind gemiddeld 40 tot 50 procent. Bij ongeveer de helft van alle paren die IVF/ICSI behandelingen ondergaan, leidt IVF/ICSI niet tot een zwangerschap. Zie voor de meest recente cijfers de website van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (www.nvog.nl).

Meerlingenprotocol
Vanaf januari 2013 is er nieuwe wetgeving van kracht ten aanzien van het aantal terug te plaatsen embryo’s. Deze wetgeving is tot stand gekomen omdat bij IVF/ICSI-behandelingen veel meerlingen ontstaan. Deze meerlingen brengen extra risico’s voor de kinderen en de moeder met zich mee en leiden tot hoge kosten voor de gezondheidszorg.

De nieuwe wetgeving bepaalt dat bij vrouwen jonger dan 38 jaar bij de eerste en tweede IVF/ICSI-behandeling, in alle gevallen, één embryo geplaatst mag worden. Onafhankelijk van bijvoorbeeld embryokwaliteit en of ze ingevroren kunnen worden. Van deze regel kan niet afgeweken worden, omdat de verzekeraar de behandeling dan niet vergoedt.

Bij de derde behandeling en bij vrouwen van 38 jaar en ouder mogen maximaal twee embryo’s geplaatst worden. Als u hiervoor in aanmerking komt, is het ook mogelijk om slechts één embryo terug te laten plaatsen, omdat u niet het risico wilt lopen op een meerlingzwangerschap. Dit kunt u bij uw behandelende arts aangeven. Het kan dat u volgens de wetgeving in aanmerking komt voor plaatsing van twee embryo’s, maar dat er medische redenen zijn waarom het niet verantwoord is om zwanger te worden van een meerling. In die gevallen zal op medische indicatie maar één embryo geplaatst worden. Als dit op u van toepassing is, bespreekt uw behandelende arts dit met u.

Actueel